Archief voor de categorie ‘Jaaroverzichten’

2016: Floortje naar het einde van de wereld (eervolle vermelding)

Floortje naar het einde van de wereldHet is een programma waarin al het goede dat televisie te bieden heeft samenkomt. De redactie, op zoek naar de meest bijzondere verhalen over buitenbeentjes die kiezen voor een leven in afzondering. De cameramensen die prachtige plaatjes van constante kwaliteit leveren onder vaak lastige omstandigheden. En een presentatrice die tijdens haar reizen naar de verste uithoeken van de wereld deze bijzondere verhalen op een fijne, nuchtere manier met haar kijkers deelt. De jury draagt deze eervolle vermelding dan ook op aan álle makers van het programma.

2016: Zondag met Lubach

Zondag met LubachKeek op de week anno 2016. De latenightsatire van Lubach, uitgezonden door de VPRO, is onmisbaar geworden voor de moderne nieuwsjunkie. Er gaat geen aflevering voorbij zonder dat DWDD een opzienbarend item van ZML laat zien in De TV draait door. Bovendien: zelfs als het niet grappig is is het razend interessant. Zondag met Lubach kreeg overigens in 2015 al een eervolle vermelding van de jury van de Zilveren Nipkowschijf.

 

2016: Langs de oevers van de Yangtze (nominatie)

Ruben TerlouDe reisserie meandert op een intense manier met de rivier mee door China en laat een veelzijdig beeld zien: van de liefdesmarkt met een vrouwentekort door de eenkindpolitiek, tot de Mao-verering. Van zelfmoorden tot de Chinese Droom. Het gesloten volk stelt zich in bijzondere momenten open aan presentator Ruben Terlou, die als fotograaf en arts zo veel extra bagage meebrengt. Hij kent de Chinese mores en spreekt vloeiend Mandarijn, inclusief de bijbehorende geruststellende intonatie. Hij weet als arts hoe hij omzichtig naar persoonlijke zaken moet vragen; bij een ander zouden de Chinezen misschien dichtklappen. En zijn fotografie tenslotte drijft hem op een vanzelfsprekende manier naar de mensen toe, waarna hij dat persoonlijke contact in beeld brengt. Deze VPRO-serie is een microverhaal en macroverhaal ineen, knap geresearcht, over de cultuur, politiek, economie en het milieu, en over de mensen die met de uitwassen daarvan moeten leven.

2016: De hokjesman (nominatie)

De hokjesmanDe manier waarop makers Michael Schaap en Jurjen Blick al drie seizoenen de verschillende subculturen in ons land weten te vangen in dit VPRO-programma, is verfrissend – ondanks het stoffige imago van de klassieke volkenkundige. Elke aflevering is als een film: stilistisch sterk, bloemrijk verteld en behendig wegdansend van clichés. Bovendien aanschouwt en beschouwt de hokjesman zijn onderzoeksobjecten telkens weer doortastend en niet oordelend: hij luistert geamuseerd en geïnteresseerd naar ieders grillen en eigenaardigheden. De hokjesman bergt nu zijn driedelige kostuum op, de vorm mag geen trucje worden. Het personage heeft zich drie seizoenen ontwikkeld en was aan het eind op zijn sterkst.

2015: Zondag met Lubach (eervolle vermelding)

LubachDoor velen gezocht, maar door Arjen Lubach en zijn team gevonden. De heilige graal van televisieland: een satirische nieuwsshow, naar Amerikaans voorbeeld, die niet alleen grappig is maar zich ook op andere vlakken weet te onderscheiden. Het beperkte budget en de kleine redactie ten spijt, is het de makers gelukt om een voor Nederland unieke en gelaagde mix van entertainment en onderzoeksjournalistiek samen te stellen.

Naast de aanstekelijke meligheid (Lubach als Farao der Nederlanden) en scherpe satire (Stemtinder werd een rage) lukte het Zondag Met Lubach zelfs om door te breken als ‘duider van het nieuws’, een zondagavondtraditie die na het pensioen van Van Kooten & De Bie eindelijk wordt voortgezet. Zo werd de ingewikkelde TTIP-discussie door Lubach en zijn team zo helder uiteengezet, dat media die het wilden uitleggen niet anders konden dan naar de desbetreffende uitzending te verwijzen.

Daarnaast zou het Zondag Met Lubach wel eens kunnen lukken om die andere heilige graal van televisieland aan zich te binden: de jongere kijker. Wederom, door velen zonder succes gezocht, maar wellicht door Lubach gevonden? De komende seizoenen zullen het uitwijzen – gezien de respons zijn de voortekenen op de ’nieuwe media’ wat dat betreft gunstig – maar de Nipkow-jury houdt er inmiddels ernstig rekening mee. Zondag Met Lubach is de baas van de zondagavond.

2015: Hollands Hoop (nominatie)

Hollands HoopDrie keer slechts werd de Zilveren Nipkowschijf uitgereikt aan een echte dramaserie: in 1994 aan Pleidooi, in 1999 aan Oud Geld en in 2014 aan Ramses (alle drie uitgezonden door de AVRO, maar dat terzijde). Statistisch gesproken lijkt het dus heel onwaarschijnlijk dat voor het tweede achtereenvolgende jaar de hoogste onderscheiding wederom  zou belanden bij wat in Amerika een ‘miniseries’ heet: drama met een doorlopend verhaal met een beperkt aantal afleveringen.

Maar kwaliteit en kwantiteit van het televisiedrama, overigens niet alleen bij de publieke omroep, maar op vele uiteenlopende platforms, nemen dusdanige vormen aan dat we niets kunnen uitsluiten. De oogst was dit seizoen wederom zeer rijk. Na veel plussen en minnen bleef uiteindelijk toch weer een dramaproductie over als een van de drie nominaties.

Hollands Hoop, coproductie van NTR, VARA en VPRO, werd in de media gemakshalve aangeduid als Oost-Groningse variant op geslaagde misdaadseries als Breaking Bad en Fargo. Maar dat is maar een deel van de verdienste. Scenarioschrijver Franky Ribbens en regisseur Dana Nechushtan, die volgens sommigen de Nipkowschijf al hadden moeten krijgen voor Annie MG, betreden nog meer genres in de rijke en gelaagde productie: de psychothriller, scènes uit een huwelijk, de coming of age-komedie, de vader-zoon-buddy movie, de streekroman en de Balkanmusical, om er slechts enkele te noemen.

Acht afleveringen lang zorgt Hollands Hoop voor een enerverende tocht in een dramatische achtbaan, met veel gevoel voor absurditeit. Het zou zomaar eens opnieuw een dramaserie kunnen worden die met de eer gaat strijken.

2015: Onze man in Teheran

Onze man in TeheranDe VPRO heeft een lange traditie in verhalende journalistiek – van Van Dis tot O’Hanlon – maar zo persoonlijk als nu met Thomas Erdbrink in Iran is het nog nooit geweest.  En toch draait ‘Onze man in Teheran’(vier jaar voorbereiding) niet in de eerste plaats om de maker. In een knappe verweving van reality-tv – Erdbrink met zijn vrouw, zijn schoonfamilie en vrienden – en journalistieke reportages zien we een Iran zoals we dat nog nooit hebben aanschouwd:  het land waar niets mag, maar alles kan, zoals de ondertitel luidt. Een serie die al onze vooroordelen en vaststaande beelden aan flarden scheurt.

Zo praten Erdbrinks schoonvader en diens vrienden tijdens het zwemuurtje niet over de Koran maar over dames (vermoedelijk net als de meeste mannen in zwembaden). “Een man hoort altijd het laatste woord te hebben”, vindt één van hen, “en dat is: vrouw, je hebt gelijk.” Ja, er valt wat te lachen in deze nieuwe VPRO-reeks, en ook dat verwacht je niet in Iran. Net zomin dat een vrouw mag scheiden en nog een eigen huis krijgt ook (na lang zoeken, dat wel).  Een macroverhaal (in dit geval over emancipatie), gevat in een microverhaal (over een single-vrouw). Dat is steeds de werkwijze van Erdbrink.

De serie (regie Roel van Broekhoven) is speels en creatief, en laveert tussen door Erdbrink georganiseerde cola-testen (de ‘islamitische’variant heet zam-zam) en bezoeken aan het vrijdaggebed, waar de VS en Israël dood moeten. Die ideologie van haat kenden we, maar niet de andere kant van de medaille. “Vijfduizend mensen roepen dood aan de VS, en dát zien we steeds in het westen”, zegt Erdbrink, “maar Teheran telt twaalf miljoen inwoners.”

Erdbrink lijkt geschapen voor de camera, komt naturel over. Dat moeten ook zijn gesprekspartners hebben aangevoeld: ze vertrouwen hem en stellen zich volledig open. En Erdbrink weet precies de   balans te vinden tussen wat net wel en net niet kan worden uitgezonden. Hij mag niemand in gevaar brengen en wil vooral ook zelf in het land blijven wonen en werken. In het vinden van dat precaire evenwicht zijn de makers uitstekend geslaagd.

2015: Sinterklaasjournaal (nominatie)

Sinterklaasjournaal‘ZWARTE PIET BLIJFT ZWART’, kopte een niet nader te noemen groot landelijk ochtendblad in toepasselijke chocoladeletters op de voorpagina. Vol verwachting klopte ons hart, voor de eerste aflevering van het Sinterklaasjournaal 2014, het jaar waarin het vuur van de zwartepietendiscussie misschien wel op z’n hoogste punt was opgelaaid.

Sinterklaas had de hoop uitgesproken dat zijn kinderfeest weer ‘ouderwets gezellig’ zou worden. Er waren louter zwarte Zwarte Pieten te zien. De tegenstanders van Zwarte Piet waren woedend, maar al binnen enkele dagen bleek alles anders: wegens het dreigende Pietentekort kon nu iedereen Piet worden, ongeacht kleur. Even door de schoorsteen van de Pietenschool, en klaar is de roetpiet.

Als een fictieve Sinterklaasrubriek voor vijfjarigen erin slaagt chocoladeletters op de voorpagina van de krant te krijgen en het grotemensenjournaal te openen, dan heb je iets bijzonders verricht. Dat geldt voor het Sinterklaasjournaal 2014. Wat minister-president Mark Rutte niet lukte met zijn machteloze en krachteloze uitspraak ‘Black Pete is back, and I can’t change that’, lukte de makers van het Sinterklaasjournaal grandioos. Dankzij een speelse, intelligente en humoristische verhaallijn wist de rubriek behendig te laveren tussen de vele bermbommen en veenbranden op weg naar 5 december.

De NTR toonde zich daarmee de stabilisator in een oververhit maatschappelijk debat, waarmee met realiteitszin werd ingespeeld op niet te negeren ontwikkelingen in de veranderde samenleving. In die realiteit is de kernboodschap van Sinterklaas anno nu dat kleur er natuurlijk niet toe doet – de Pietenpet past ons allemaal. Die les wordt kinderen nu met de marsepeinen lepel ingegoten. Zij zullen dat meteen begrijpen; nu hun ouders nog.

Om die les te onderstrepen trokken een dag vóór het heerlijke avondje in het slotbeeld van het Sinterklaasjournaal een zwarte en een witte Sinterklaas op respectievelijk wit en zwart paard de donkere nacht in. Het was de zoveelste verrassende plotwending van het team van eindredacteur Ajé Boschhuizen, dat zo met drie collega’s, ergens in de zomermaanden van vorig jaar, moedig de richting wees in een verhit maatschappelijk debat dat dreigde totaal te ontsporen.

Onder die druk zulke inventieve en eigenzinnige televisie te maken, dat is een buitengewoon knappe prestatie, die hier niet voldoende kan worden geprezen. Met suikergoed en marsepein, ouderwets gezellig.

2014: Ramses

RamsesMaar goed dat wij juryleden geen omroepbaas, netmanager of subsidieverschaffer zijn. Want als een producent zich had gemeld met het plan voor een vierdelige dramaserie over een extreem charismatische en onnavolgbare acteur, zanger, componist en, niet te vergeten, persoonlijkheid als Ramses Shaffy, dan hadden wij gevraagd waar hij alleen al een acceptabele hoofdrolspeler dacht te vinden. En als de stad Amsterdam geen decor maar mede-hoofdrolspeler zou zijn – en dan niet  huidig Mokum maar dat van de jaren ’60 en ’70 – dan was de vraag geweest hoe hij dat in hemelsnaam dacht te verwezenlijken.

Bovendien, was er niets originelers te bedenken dan de zoveelste biopic? En als die initiatiefnemer ook nog eens zichzelf als regisseur op het oog had, met een mooie staat van dienst maar vooral op documentairegebied – dan hadden wij vermoedelijk ‘nee’ verkocht. God straffe dus dit keer eens niet de verantwoordelijke autoriteiten’ (om met Nescio te spreken). Maar bovenal uiteraard lof en hulde voor Michiel van Erp, zijn Familie en alle andere betrokkenen bij de productie, die, wat sceptici onmogelijk leek, van de grond kregen. Van de grond, omdat er nu een waardig dramamonument voor Ramses bestaat, maar vooral ook in de zin dat de productie ging vliegen – een begrip dat voorbehouden is aan podiumkunsten en aan de chemie die tijdens een live-uitvoering in de zaal tot stand kan komen, maar die ook hier gerechtvaardigd lijkt omdat het prachtig gemaakte fictie is die de kijker aanspreekt in hoofd en hart.

Die een prachtig beeld geeft van stad, tijd en protagonist. Die Shaffy tekent in zijn uitzonderlijkheid daar en toen. En in de rol die hij speelde in verandering van cultuur en mentaliteit. De kijker valt, afhankelijk van leeftijd, wéér of voor het eerst voor zijn charisma, charme en talent (dankzij de briljante vertolking van Maarten Heijmans). Maar krijgt naast zijn onweerstaanbaarheid ook de onuitstaanbaarheid mee van een beschadigd zondagskind dat, wie zijn pad kruiste, geluk, genot en bevrijding bracht maar vaak ook schade aandeed. Ramses als prachtige vlam die nachtvlinders aantrekt met soms fataal gevolg. Maar Ramses uiteindelijk ook in eenzaamheid en zelfvernietiging. Net als veel van zijn slachtoffers blijft de kijker toch van hem houden. Maar de serie is zo veel meer dan een onvergetelijk personage en hoofdrol. Het verhaal wordt prachtig verteld, dramaturgisch en in beeld. De cast is sterk. De evocatie van ‘oud Amsterdam’ is technisch prachtig. Een van de mooiste dramaproducties in tijden.

Foto: De makers van Ramses. Foto: Wim Kluvers

Makers Ramses - Foto Wim Kluvers

2014: De kwis (nominatie)

De kwisHet satirische zaterdagavondprogramma De kwis is genomineerd voor de Nipkowschijf 2014 omdat:
1) er vriendjes van de makers in de jury zaten
2) er werkelijk helemaal niets anders te nomineren viel
of 3) omdat het programma een uitstekend voorbeeld is van een idee – een format – dat de kans kreeg in de luwte zijn vorm te vinden om daarna op volle kracht uit te groeien tot een zelfstandig programma.

Het laatste antwoord is natuurlijk het goede. De eerste twee antwoorden zijn onzin. Ze verwijzen alleen naar de meerkeuzevraag die één van de vaste onderdelen van De kwis is. Maar dan dus wél geestig.

De kwis was een programmaonderdeel in Laat de Leeuw en werd vorig najaar een echt programma. Gemaakt door de spelers Joep van Deudekom, Rob Urgert, Niels van der Laan en Jeroen Woe, de extra tekstschrijver Edo Schoonbeek en eindredacteur Hans Riemens, de stille kracht achter heel veel VARA-satire. Wat vaak over het hoofd wordt gezien als het om satire gaat, is dat het niet werkt als er zomaar een paar grappenmakers op één hoop worden gegooid. Ze moeten een hechte groep zijn, of kunnen worden. Daarbij is De kwis zeer geholpen door het eerste seizoen bij Laat de Leeuw. De motor was al terdege gesmeerd toen het programma vorig najaar op eigen benen kon staan. Het was – en is – een ideale satirische samenvatting aan het eind van de week – snel, geestig, hard indien nodig, alert en raak. Dat zijn genoeg redenen om De kwis te nomineren voor de Nipkowschijf 2014.