Archief voor de categorie ‘Winnaars Ere-Zilveren Reissmicrofoon’

2016: Met het Oog op Morgen

Met het Oog op MorgenIn een voortdurend veranderend mediaklimaat blijft de formule van Het Oog onveranderd relevant. Een anker in de eeuwige draaikolk aan hete nieuwtjes en schreeuwende meninkjes. Het Oog brengt het wereldnieuws in 360 graden. Wat zou Het Oog zijn zonder de eikenhouten stem van Hans Hogendoorn, die al veertig jaar elke avond de thermometer afleest. Wat zou Het Oog zijn zonder Gute nacht Freunde? Reinhard Mey heeft sinds de eerste uitzendingen ongeveer 14.000 glazen en 700 pakjes sigaretten tot zich genomen. “Binnen zit…” elke avond een vakman of –vrouw. Na 40 jaar is het nog altijd een baken in het Nederlandse radiolandschap, dat dankzij de wisselende presentatie nooit verveelt. Hoog tijd om dit te belonen met de Ere Zilveren Reissmicrofoon.

2014: Clairy Polak

Clairy PolakToen we een maand geleden lieten weten dat we een Zilveren Reissmicrofoon, een prijs voor een heel radio-oeuvre, hadden toegekend aan Clairy Polak, waren er mensen die het niet begrepen. Clairy Polak? Die is toch van de televisie? Ja, ook wel radio gedaan, maar ze werd natuurlijk pas echt bekend toen ze voor de televisie ging werken.

Dat moge zo zijn, maar de jury die de Reissmicrofoons uitreikt aan de beste radioprestaties, houdt zich toch liever vast aan het feit dat Clairy Polak ook in haar televisiejaren altijd heeft volgehouden dat ze toch het meest hield van de radio. Televisie heeft meer impact, wilde ze dan wel toegeven, en dat is natuurlijk altijd aardig voor de journalist die voor dat medium werkt. Maar wat haar aan de televisie bleef storen, waren de uiterlijkheden die daar zo’n belangrijke rol bij speelden. Wat je áán had, hoe je haar zat. Terwijl de radio vaak sneller kon zijn en puur op de inhoud gericht. Een gesprek onder vier ogen kon op de radio ècht een gesprek onder vier ogen zijn. En daarin glorieerde ze vaak.

Clairy Polak begon haar carrière halverwege de jaren tachtig op de kleine redactie van de Uitkrant in Amsterdam. In 1988 verhuisde ze naar de radiodienst van de VARA, waar ze eerst bureauredacteur was, daarna verslaggever en vanaf 1992 presentator van het programma De Editie. Vervolgens presenteerde ze zeven jaar lang het Radio 1 Journaal, om terug te keren naar de VARA voor de presentatie van het culturele programma Ophef & Vertier. En ook toen al was ze alert, goed geïnformeerd, geestig, met een monkelend soort ironie, wars van prietpraat en aangenaam direct als dat nodig was. Toen kwam de VARA haar halen om televisie te gaan maken. Aanvankelijk nogal tegen haar zin, maar allengs vanzelfsprekender – met een Sonja Barend Award als welverdiend hoogtepunt. Maar het is typerend voor Clairy Polak dat ze tenslotte toch weer met groot genoegen naar de radio terugkeerde, ditmaal bij de AVRO op Radio 4 met ‘De klassieken’. Tot de hoogmogenden vonden dat ze niet genoeg luisteraars trok.

Deze Ere-Zilveren Reissmicrofoon valt zodoende samen met haar ongewenste afwezigheid op de radio. De jury heeft echter besloten zich daar niets van aan te trekken. Laat dit gezegd zijn: de radio mist op het ogenblik een vaste waarde, en die vaste waarde is Clairy Polak.

polakprijs

2011: Muziekcentrum van de Omroep

De Ere Zilveren Reissmicrofoon is een zeldzame trofee. In de hele geschiedenis van de Reissmicrofoon is er nog maar vier keer eerder zo’n Ereprijs uitgereikt. In 1984 aan VARA-radiomaker Gabri de Wagt, in 1995 postuum aan Ischa Meijer, in 1998 aan het Metropole Orkest en in 2004 aan NOS-man Henk van Hoorn. Dit is de vijfde.

En daarbij geldt, wat ons betreft, altijd de regel dat er over deze prijs nauwelijks gediscussieerd hoeft te worden. Een Ere Zilveren Reissmicrofoon moet, net als de Ere Zilveren Nipkowschijf, een volstrekt vanzelfsprekend gebaar kunnen zijn. Over het toekennen van de andere prijzen wordt soms danig gebekvecht, met spannende stemrondes en pittige puntentellingen. Maar over de Ereprijzen niet. Daarover zijn we altijd unaniem.

Zo ging het ook deze keer. Eén jurylid noemde het Muziekcentrum van de Omroep en meteen zat iedereen rond de tafel instemmend te knikken. Ja natuurlijk, een instituut met zo’n glorieuze geschiedenis en zo’n internationaal hoog aangeslagen heden is hoog nodig toe aan de hoogste radioprijs die wij te vergeven hebben.
Twee keer eerder is een onderdeel van het Muziekcentrum bekroond. Zoals gezegd was dat eerst het Metropole Orkest, in 1998, en daarna, in 2007,� ook nog een reguliere Zilveren Reissmicrofoon voor de Zaterdag Matinee. Dat is natuurlijk geen toeval.

Ook eerdere jury’s hebben een diepe buiging gemaakt voor de levende muziek die al zo lang op hoog niveau een wezenlijk onderdeel vormt van wat de publieke omroep te bieden heeft. Levende muziek als muzikale meerwaarde. Een omroep die zelf muziek programmeert en tot klinken brengt, heeft altijd een artistieke voorsprong op omroepen en zenders die alleen maar kunnen putten uit de cd’s van de platenindustrie. Wie alleen maar cd’s draait, hoe creatief en liefdevol de samenstelling ook moge zijn, speelt per definitie een volgende rol – aan de hand van de muziekindustrie.

Eigen orkesten en een eigen koor, ondersteund door een eigen muziekbibliotheek, scheppen een leidende rol. En maken het mogelijk om met een originele, soms gedurfde repertoirekeuze een heel aparte positie in te nemen in het Nederlandse muziekleven. Simpel gezegd: wat door de orkesten van het Muziekcentrum wordt uitgevoerd, is in Nederland zelden of nooit van anderen te horen. Zelf spreekt het MCO van een aanvullend aanbod. Dat is een bescheiden claim. Aanvullend, ja, maar vooral ook verrassend en vaak uniek.

Dat geldt voor het Radio Filharmonisch Orkest, voor de Radio Kamer Filharmonie, het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest. Hun kwaliteiten zijn al in duizenden juichende recensies beschreven; daar heeft deze jury nauwelijks iets aan toe te voegen. Wij zijn geen muzikale jury, maar een jury die op het radio- en tv-aanbod reageert. In dat aanbod is het Muziekcentrum van de Omroep, in zijn totale samenhang, onmisbaar. Dat leek het al te worden in het najaar van 1945, toen de omroeporkesten werden opgericht, en dat is het nu des te meer. Een juweel van artisticiteit en allure. En wat ons betreft: ook onomstreden.

2004: Henk van Hoorn

Als hoofdredacteur van zijn eigen nieuwszender heeft hij niet bereikt wat hem voor ogen stond, horen we Henk van Hoorn op zijn eigen Radio 1 zeggen. Maar wèl kan op zijn conto worden geplaatst, dat in de loop van vele jaren de lappendeken met elke dag weer een andere bestel-redactie op de zender in de vroege ochtend- en avonduren en tussen de middag verdween. Voorwaar een hele prestatie voor een journalist, die niet als vergaderaar in de wieg is gelegd.

Het steekt hem dat het saaiheidsvirus nog overheerst, van hem mogen er meer pittige gesprekken komen. Journalistieke pittigheid waarin hij zelf vele jaren uitblonk, niet alleen op de radio, maar ook op tv. Als je zijn stem hoorde, wist je wie er aan het woord was en dat blijft in ‘Met het oog op morgen’. Een persoonlijkheid als interviewer, dat hoor en zie je nog steeds te weinig.

Je werk een passie noemen, een hobby waarmee je dag en nacht bezig bent, dat straalt de stem (vol ironie) van Henk van Hoorn op radio en tv uit. In woord en beeld was en is hij een bestrijder van journalistieke saaiheid – en dat alleen al verdient een plek op de erelijst van de Reissmicrofoon-prijzen.