Hoe is Nederland geworden wat het nu is? Dat de moderne geschiedenisserie Het verhaal van Nederland (NTR) soms meer dan twee miljoen kijkers voor deze vraag weet te interesseren is een speciale vermelding waard, vindt de jury van de Zilveren Nipkowschijf.
De makers van Het Verhaal van Nederland is het gelukt onze Nederlandse historie toegankelijk te maken. Een essentieel onderdeel hierbij is de Verteller des Vaderlands, een rol van Daan Schuurmans. De acteur duikt vanuit het heden in nagespeelde historische scènes op, om achtergronddetails te vertellen. Soms werpt hij vanaf een strand, brug of andere plek licht op wat zich op die locatie afspeelde, zeker ook in het laatste seizoen over de Tweede Wereldoorlog. Het geeft ons dagelijkse omgeving een extra dimensie, meer diepte.
De bijbehorende podwalks verdiepen dat effect nog eens. Voor het onderwijs is er bovendien een bewerking van de serie te vinden bij Schooltv, het educatieve kanaal van de publieke omroep.
Inhoudelijk is Het Verhaal van Nederland even veelzijdig en rijk. Tussen de geacteerde scènes zijn unieke archiefbeelden gemonteerd en het lukt de historici vaak echt boeiend te vertellen over de context van bepaalde verhalen. Juist ook als het gaat over minder minder bekende gebeurtenissen en zwarte bladzijdes uit de Nederlandse geschiedenis.
Dat de serie discussies oproept, lijkt de jury eerder vanzelfsprekend dan een probleem. De kijk op onze geschiedenis en de interpretatie van historische feiten zullen iedere decennium, iedere eeuw veranderen. De makers van Het Verhaal van Nederland werken samen met gerenommeerde historici en een Raad van Advies, om te garanderen dat de serie ‘een zo eerlijk en helder mogelijk verhaal vertelt’, zoals de NTR het zelf omschrijft. En realiseren zich hoe gevoelig een interpretatie kan uitpakken. Zo riep een aflevering uit seizoen 2022 over de Tweede Wereldoorlog maatschappelijke kritiek op over het karige beeld van het Nederlandse verzet. Dit beeld werd met seizoen 2026 – geheel gewijd aan 1940-1945 – duidelijk bijgesteld.
Geschiedenis is altijd een kwestie van veranderende inzichten. Maar de inwoners van een land interesseren voor en informeren over hun eigen historie, is een permanente uitdaging. En voor de NTR, met zijn motto ‘speciaal voor iedereen’, zelfs een opdracht. Met Het Verhaal van Nederland slaagt de publieke omroep met vlag en wimpel.
Foto NTR
Als er een tv-programma is dat permanent probeert de voelsprieten perfect uit te richten op de samenleving, dan is dat het 45 jaar oude NOS Jeugdjournaal. Een zware klus: er zijn op dit moment misschien geen kritischer consumenten van beeldmateriaal dan de kinderen tussen negen en twaalf jaar. Het NOS Jeugdjournaal weet met de juiste toon die jonge burgers van ons land te vinden. En dat geeft hoop voor een toekomst waarin mensen zich verbonden blijven voelen met de samenleving, zich daarvoor willen inzetten en begrijpen dat we elkaar niet de rug moeten toekeren.
Onder de juryleden vbevinden zich journalisten die met het NOS Jeugdjournaal zijn groot geworden en we kunnen alleen maar hopen dat nog veel meer opgroeiende mensen door dit programma worden geïnspireerd om te blijven geloven in het grote goed van algemene verslaggeving, hoor en wederhoor, trendwatching en onderzoeksjournalistiek.
En van heldere taal: net als veel andere Nederlanders hebben ook de juryleden de ervaring dat het Jeugdjournaal complexe onderwerpen soms beter uitlegt dan de nieuwsprogramma’s voor volwassenen. De dosering van filmpjes over schattige panda’s en verwarde walvissen is daarbij subtiel genoeg afgesteld om de volwassen kijker niet weg te jagen. Of misschien moeten we schrijven: nog meer aan de buis gekluisterd te houden.
Een wapenfeit om trots op te zijn is dat de best bekeken aflevering op televisie (1,6 miljoen kijkers) een uitzending was met een verkiezingsdebat. De online populariteit van de items is nog indrukwekkender: op YouTube, Instagram en TikTok scoren onderwerpen tientallen miljoenen views. Het toont dat het NOS Jeugdjournaal midden in de Nederlandse maatschappij staat.
Een beproefde methode die het Jeugdjournaal vaak hanteert is het persoonlijk maken van de actualiteit. Zo waardeerden tv-recensenten tijdens de coronacrisis het interview met de 13-jarige dochter van minister Hugo de Jonge, over de kritiek die overal over haar vader was te horen. En over hoe de gesprekken over racisme in schoolklassen beter waren geworden, tijdens de opkomst van Black Lives Matter. Onlangs was helaas ook onvergetelijk een uitgebreid gesprek van Daisy Mohr met uit hun huis gebombardeerde kinderen in Libanon, bivakkerend in een door regen en wind gegeseld tentenkamp.
In 1981 was Nederland met het NOS Jeugdjournaal na het Verenigd Koninkrijk het tweede land ter wereld met zo’n specifiek op kinderen en jongeren gerichte dagelijkse nieuwsuitzending. NOS-medewerkers hebben door de jaren heen diverse andere landen geadviseerd die ook met een jeugdjournaal wilden beginnen.
Het NOS Jeugdjournaal komt overal, beziet de wereld van alle kanten en houdt jong en oud bij de les. Een onmisbaar baken en een dagelijks bewijs dat geen land en geen generatie zonder oprechte, betrouwbare en enthousiaste nieuwsbrengers kan. Zeker in deze tijd waarin het uiten van ongefundeerde kritiek op de reguliere media mensen zou kunnen laten twijfelen aan het nut van de algemene journalistiek.
Kijkers van het NOS Jeugdjournaal weten beter.
Foto Stefan Heijdendael/ NOS
Met de driedelige documentaire Hila voorbij de Taliban levert Hila Noorzai een zowel ontluisterende als diepmenselijke journalistieke prestatie. De jury van de Zilveren Nipkowschijf uit zijn waardering voor de wijze waarop Noorzai haar geboorteland heeft bezocht met een team dat vrijwel alleen uit vrouwen bestond, om zo de veerkracht van de onderdrukte Afghaanse vrouwen onder het Taliban-regime te kunnen onderzoeken. De nominatie is daarmee ook een prijs voor de heldhaftige geïnterviewde vrouwen zelf. Hun bewuste medewerking kan zeker als verzetsdaad worden geclassificeerd.
Waar het huidige Afghanistan in de media vaak wordt gereduceerd tot een abstract mijnenveld, slaagt Noorzai er door haar aanpak in de menselijke maat terug te vinden. Ze spreekt met Taliban-functionarissen zonder haar journalistieke scherpte te verliezen en biedt ons door haar ontmoetingen met gewone burgers inzicht in het dagelijks leven onder het regime. Haar persoonlijke geschiedenis geeft de serie een duidelijke meerwaarde, alleen al door de door Noorzai gevoelde angst om haar achtergrond bekend te maken aan sommige Afghanen met wie ze spreekt.
Ook visueel maakt het programma indruk. De cinematografie vangt de paradox van het land: de serene rust van het vaak wijdse landschap staat in schril contrast met de maatschappelijke onvrijheid. Hila voorbij de Taliban gaat voorbij aan de eerste indruk en biedt een integer, humaan perspectief op een geteisterde natie die voor buitenstaanders grotendeels gesloten blijft.
De serie onderstreept de waarde van gedegen publieke kwaliteitsjournalistiek en laat een breed publiek nadenken over over de waarde van vrijheid, gelijkheid en democratie.
Foto: Avrotros/ Nicolette Bloemberg
Natuurlijk, Qian van Binsbergen laat het beeld nog steeds met piepende remsporen tot stilstand komen om een overgang naar een ander verhaal te markeren. En ze stopt nog steeds surreële scènes in haar documentaire. Zo staat ze ineens in Chinese klederdracht met een giervork mest te ruimen. Maar verder is de vierdelige documentaire De afhaalchinees: Thuisbezorgd van Omroep ZWART een stuk rustiger en conventioneler dan zijn voorganger uit 2023.
Die eerste documentaire, die Van Binsbergen ook een nominatie voor de Zilveren Nipkowschijf bezorgde, was een enerverende achtbaanrit vol animatie, humor en woeste registerwisselingen. In deze vervolgfilm zoekt zij de verdieping en overtreft ze het eerste deel. Misstanden in internationale adoptie en de geestelijke nood van geadopteerden vormen wederom het onderwerp. Rode draad is de rootsreis naar China die de documentairemaker maakte samen met Trouw-correspondent Cindy Huijgen. De reis dient om het luchtiger en avontuurlijk te houden, want verder haalt Van Binsbergen weer grof onrecht en diep leed boven water.
Ook deel 2 zit weer boordevol nieuws. Bij het blootleggen van fraude en kinderhandel is de documentaire vernietigend over de Nederlandse overheid die decennialang zozeer het adoptiesprookje was toegedaan dat ze alle rode vlaggen negeerde. De aflevering over seksueel misbruik snijdt het diepste. Dapper en indrukwekkend is dat Van Binsbergen zichzelf daarbij niet ontziet. Adoptiekinderen zijn vaak prooi voor pedofielen, doorgaans uit de zeer nabije omgeving.
‘Rustig en conventioneel’ is De Afhaalchinees- Thuisbezorgd overigens alleen in vergelijking met deel 1. Nog steeds stopt Qian meer ideeën en vormexperimenten in één aflevering dan een andere documentairemaker in zijn hele oeuvre.
Foto Qian van Binsbergen/ Omroep Zwart
“In Paraguay kun je tenminste nog leven in alle vrijheid. In Nederland is dat onmogelijk geworden.” Zie hier de mantra die een paar slimme projectontwikkelaars hanteren om wakkere Nederlanders te verleiden een nieuwe start in Zuid-Amerika te maken. Een wereld waar je geen last hebt van chemtrails, vaccinaties, 5G en misschien zelfs niet van belastingdienst of justitie. Een team documentairemakers van de VPRO wist toestemming van deze mensen te krijgen om mee te kijken tijdens de eerste stappen van hun nieuwe leven.
Het intrigeert de jury van de Zilveren Nipkowschijf dat de makers ervoor hebben gekozen commentaar achterwege te laten. Ze oordelen niet over het gedachtengoed van de vluchters. De manier waarop vriendelijke commentaarstem de beelden begeleidt doet eerder denken aan een sprookjesvertelling dan een kritische beschouwing. De zorgen en angsten van de kolonisten zijn immers ‘oprecht’, niet te verwarren met ’terecht’, kun je vinden. “We wilden niet oordelen en niet aan waarheidsvinding doen”, aldus de regisseurs. Het resultaat is dat je als kijker geprikkeld wordt om extra goed te luisteren naar wat de neo-Paraguayanen vinden van onze Nederlandse maatschappij. En je je eigen conclusies moet trekken over hun logica. De makers nemen woorden als complotdenkers of wappies niet in de mond, dat is helemaal aan de toeschouwer zelf.
Veel kijkers zullen op zoek zijn gegaan naar extra informatie over de hoofdrolspelers. Die ook door menige recensent met jeukende vingers werd opgediept, zeker over de reputatie van de projectontwikkelaren op het gebied van bordelen, drugshandel, belastingschulden en de actiegroep Viruswaarheid. In België beschreef een criticus mooi hoe hij hoopte dat Wakker in Paraguay ‘eigenlijk gewoon een grap was, de zoveelste mockumentary, in plaats van dat je al die tijd had zitten te kijken naar bestaande mensen wier waanideeën zulke proporties hadden aangenomen dat ze bij machte waren om levens te ontwortelen.’ Maar nee.
Foto Jackó van ’t Hof/ VPRO
De gekozen vorm maakt Wakker in Paraguay een van de onvergetelijkste documentaires van de laatste jaren.
Journalist Danny Ghosen meldde zich na de val het regime van Assad razendsnel in het in chaos verkerende Syrië. Ghosen heeft zelf in het door Syrië bezette deel van Libanon gewoond en herinnert zich de angst voor het regime goed. Zijn actuele en intense reportage, die de NTR uitzond op 7 januari 2025, toont een land dat leeft tussen hoop en vrees. Gevluchte Syriërs die terugkeren naar hun land om herenigd te worden met familie. Feestende jongeren in het centrum van Damascus. Kapotgeschoten buitenwijken. Doden in verlaten gevangenissen. ‘Surrealistisch’, aldus Ghosen.
Zijn empathische gesprekken tonen de trauma’s die de bevolking tijdens de dictatuur opliep. Gepaste distantie is er als hij met een vrouw meegaat naar een gevangenis om te zoeken naar haar vermiste echtgenoot, en de vrouw het lijk van haar man denkt te herkennen. Beelden die weinig commentaar nodig hebben.
Ook onderzoekt Ghosen de verwachtingen van de Syriërs voor de toekomst. Hoe verder? Wat verwachten de Syriërs van de nieuwe machthebbers? En wat betekent dit voor de diverse bevolkingsgroepen; druzen, alevieten, soennieten, sjiieten en christenen? Je voelt de spanningen tussen de verschillende groepen. Jonge christenen delen hun zorgen over hun vrijheid en veiligheid. En een demonstratie van studenten voor vrijheid van alle geloofsrichtingen leidt tot een discussie met een rebel. Toch zeggen de meesten niets liever te willen dan samenleven in vrede.
De journalist spreekt net zo makkelijk wanhopige mensen op zoek naar vermiste familieleden als rebellen die het gezag claimen. Het kenmerkt Ghosen, die al jaren verslag doet vanuit alle uithoeken van de samenleving: betrokken, onverschrokken, en bovenop op het nieuws.
Welke vrouw kan niet naar deze documentaire kijken zonder instemmend te knikken? Welke man kan niet kijken zonder het schaamrood op de kaken? Blauwe ballen en andere verkrachtingsmythes (VPRO) gaat over wat mannen vrouwen aandoen, zonder dat ze er werkelijk bij stilstaan. Verkrachting wordt naast moord en mishandeling gerekend tot de zwaarste misdaden. Toch leidt slechts 0,4 procent van de verkrachtingen tot een veroordeling. Hoe kan dat?
En nee, het is dus zelden de vreemde man die uit de bosjes springt en je overmeestert. Het kan je beste vriend zijn. Iemand die misbruik maakt van je dronkenschap, of denkt dat hij recht heeft op jouw lichaam. Misschien wel het schokkendste aan de documentaire zijn de verhalen over de politie. Hoe aangifte doen voor nieuwe vernederingen zorgt, omdat de vrouwen niet geloofd worden, bot worden behandeld.
Het werk van Sunny Bergman is vaak spraakmakend. Haar onderwerpen en haar persoonlijke, confronterende aanpak roepen hevige reacties op. Zonder wrijving geen glans. Ze heeft een goede neus voor wat in de samenleving speelt – naar eigen zeggen omdat ze veel met activisten omgaat, die vaak vooraan lopen in maatschappelijke thema’s .
Invloedrijk waren haar films over racisme: Zwart als roet (2014) en Wit is ook een kleur (2016). Maar haar terugkerende thema is seksisme. Ze hekelde eerder het dwingende schoonheidsideaal (Beperkt Houdbaar), de hypocriete seksuele moraal (Sletvrees) en giftige mannelijkheid (Man Made). Bergman geeft in deze documentaires vrouwen een stem en spreek mannen aan op hun ingesleten, misogyne gedrag.
Bergmans onverschrokken, strijdbare houding wekt de bewondering van de Nipkowjury die haar daarom graag eert met een Speciale Vermelding.
Uitgangspunt van de reeks ‘100 Dagen in…’ is dat tv-maker Nicolaas Veul als leek, buitenstaander, stagiair gaat werken in een beroepssector. En dat niet in zomaar een bedrijf of fabriek, maar op gevoelige plekken zoals de psychiatrie, het buurtmaatschappelijk werk, het onderwijs. De presentator doet dit ten dienste van zijn eigen werk, zijn programma. Is dat verantwoord jegens leerlingen, patiënten, cliënten? Jegens tijdelijke collegae en werkgevers?
‘Niet aan beginnen’ zou een begrijpelijke reactie zijn van de betreffende instellingen, maar ook van de omroep. Helemaal nu het in deze vierde reeks om de jeugd- en gezinszorg gaat: een extreem kwetsbare setting. Maar ten vierden male bewijst Nicolaas Veul dat met totale integriteit, inzet en empathie (die trouwens niet aan te leren zijn) een indrukwekkend, maar vooral ook belangrijk programma te maken is.
Belangrijk voor ons kijkers, burgers, om te laten zien, horen en vooral voelen wat er soms met onze jongste burgers gebeurt. Belangrijk om te beseffen welke taak wij als maatschappij hebben om gezinnen te helpen het juiste spoor naar de toekomst te vinden.
Een valse start – 100 dagen in de jeugd- en gezinszorg (VPRO) maakt duidelijk hoe immens de verantwoordelijkheden zijn van de mensen die deze taak uitvoeren. En hoe belangrijk, nee, onmisbaar ze zijn voor hun pupillen. En dat terwijl deze beroepen relatief laag aangeschreven staan, zoals met de hele ‘zachte’ en zorgsector het geval is.
Hier geen meerdere eer en glorie van de presentator, maar volstrekte dienstbaarheid. Wie kijkt naar een worstelende Veul voelt respect. Voor hem, maar minstens zozeer voor zijn tijdelijke collega’s. En je ervaart diep mededogen met kinderen die buiten hun schuld een akelig valse start in het leven maken. Terwijl de kijker tegelijk leert dat ‘zielig vinden’ de kinderen geen recht doet. Gewetensvol, in letterlijke zin, is de essentie van Een valse start. Een serie die Veul confronteerde met zijn eigen geschiedenis. En menig kijker met eigen vooroordelen.
Ruwe en ongemakkelijke kennismakingen met de schaduwkanten van het leven. Dat zijn de belevenissen van zeven eerstejaars mbo’ers die worden opgeleid tot verpleegkundige in de zorg. Het verschonen, wassen, verzorgen, voeden, kleden en soms naar de dood begeleiden van bejaarden, hoogbejaarden en meervoudig gehandicapten – de jonge studenten zetten de eerste stappen in het vak beschroomd en niet zelden met fysieke weerzin.
De zesdelige documentaireserie Zorgen van Veerle Neger en Tessa Louise Pope volgt vijf jonge vrouwen en twee mannen met intense nieuwsgierigheid en een warme blik voor hun ontwikkeling. Thuis, op school en tijdens hun bijzonder karig beloonde stage. De fysieke aspecten van de zorg vormen een eerste vaardigheid die moet worden aangeleerd. De omgang met de cliënten in de thuiszorg, de psychiatrie en zorginstellingen is een tweede, die geduld, tact en grote empathie vergt.
Het is ontroerend en hartverwarmend om te zien hoe deze mbo’ers, die thuis en met hun vrienden vaak nog heerlijk grofgebekt en vrijgevochten zijn, zich in de omgang met hun cliënten ontpoppen als begripvolle en geduldige professionals. Prachtig legt de camera vast hoe ze leren incasseren, ook als een cliënt hen de huid vol scheldt, zich onbegrepen voelt, pijn lijdt, verward of angstig is. Het groeiende verantwoordelijkheidsbesef is van hun gezichten af te lezen.
Zorgen is geen succesverhaal. De schaduwkanten van het werk komen ruimschoots aan de orde: de hoge werkdruk, de worsteling van sommige mbo’ers met de theorie van de opleiding. En ook is er oog voor de beweegredenen van de student die afhaakt. Mede door die evenwichtige aanpak wint Zorgen van BNNVARA aan geloofwaardigheid en groeit bij de kijker de bewondering voor de doorzetters, die hoop bieden voor komende generaties ouderen.
Jiskefet van Herman Koch, Kees Prins en Michiel Romeyn werd van 1990 tot 2005 uitgezonden door de VPRO, een vrijplaats waar de serie alle tijd en ruimte kreeg om uit te groeien tot een absurdistisch unicum. Het zit de huidige Nipkowjury dan ook al jaren niet lekker dat het onze voorvaderen nimmer heeft behaagd om de makers te eren. Terwijl we nu, 35 jaar na de start, nog dagelijks de humor en de uitdrukkingen uit Jiskefet tegenkomen.
Hé lul. Lullo. Raarrrr. Stiften. Jack in the Box. Goeiesmorges. Wat heb jij d’r op? De Wiedergutmachungsschnitzel van Günther und Wolfgang. Juffrouw Jannie. Sta ik op de tramhalte. Toedeledokie. Tampert. Multilul. Heb je nog geneukt? Oboema. Vogel. Petor.
Eindelijk credits dus voor ‘Debiteuren, Crediteuren’ en alle andere hoogtepunten van Jiskefet. Hulde voor de bedenkers. Voor de creaties van Arjen van der Grijn. Voor het acteerwerk van vrouwen als Annet Malherbe, Beppie Melissen en Raymonde de Kuyper.
Deze late toekenning is volgens een jurylid uit de oertijd het bewijs voor de autonomie en eigengereidheid van het instituut Nipkowschijf. “En tegelijk een rake tik op de vingers van vijftien achtereenvolgende jury’s die dat onvergetelijke programma nooit lauwerden.”
Niet dat het Jiskefet door onze omissie moeite heeft gekost zich de reputatie te verwerven van een uniek hoofdstuk in de Nederlandse televisiegeschiedenis. Jiskefet is een norm geworden. Voor geslaagd absurdisme, perfecte spanningsopbouw, verrassende wendingen, en karakters en types met eeuwigheidswaarde. De makers haalden hun inspiratie niet zozeer uit de ruif der actualiteit, maar fileerden haarscherp hoe wij mensjes functioneren in roedels en kuddes. Hoe we ons laten beïnvloeden door alfamannetjes. Hoe we altijd bang zijn voor dom aangezien te worden. Hoe brutalen de halve wereld hebben. Hoe hard de realiteit is voor zwakkere broeders en zusters aan de rand van de samenleving. En hoe lachwekkend onnozel, voorspelbaar en grof we vaak zijn bij het nastreven van onze doelen.
Maar ook – om Reve inzake geouwehoer te parafraseren – hoe je onbekommerde lol maakt waar de zegen op rust.
Gefeliciteerd met de prijs. Stop die maar in die stoffige doos van je.