De speciale vermelding is toegekend aan de documentaireserie De Wasstraat (Human) waarin vijf werknemers en de directeur van een autowasstraat in Deventer worden gevolgd. De Wasstraat is niet alleen het paradijs voor de mensen die er werken, maar was begin dit jaar ook een verborgen parel op NPO 2.

Eigenaar Martin van Matz Carwash ontfermt zich over jongeren die normaal gesproken tussen wal en schip vallen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat ze statushouder zijn, een beperking hebben of gewoon al heel lang heel veel pech hebben. Behalve een spons en een salaris geeft Martin ze geborgenheid in een hecht team, kameraadschap, verantwoordelijkheid, vertrouwen en een luisterend oor.

Wasstraatjongens en hoofdrolspelers van de documentaireserie Abdul, Tim, Maurice, Denai en Patrick leggen veel eer in hun werk en zijn ondanks hun problemen en beperkingen aanstekelijk positief. Regisseur Martijn Heijne laat in intieme en ingetogen portretten hun veerkracht zien. In elke aflevering wordt op de thuissituatie van een van jongens ingezoomd.

Zo leert de kijker dat Abdul als twaalfjarige alleen vluchtte vanuit Syrië. Na een barre en traumatische tocht van twee jaar bereikte hij Nederland. Inmiddels is hij herenigd met zijn familie en heeft hij het geschopt tot assistent-leidinggevende in de carwash. Tim vond bij de wasstraat, zijn vriendin en zijn hond een veilig thuis, iets wat hij door mishandeling en dakloosheid niet eerder had.

De Wasstraat maakt zo invoelbaar wat het betekent om (niet) begrepen te worden en hoe waardevol het is om zo’n werkplek te hebben waar je welkom bent – beperkingen of niet. Een inspirerende plek én inspirerende televisie op een moment waarop we dat wel konden gebruiken.

Met het vierde en vijfde seizoen van Even tot hier trakteerden Niels van der Laan en Jeroen Woe ons op een ongekend smakelijke cocktail van satire, actualiteit en creativiteit. De jury roemt de cabaretiers om hun originaliteit, snoeiharde humor, scherpte en muzikaliteit.

In de crisisperiode zoals we die beleefden in 2020 en 2021 was het sprankelende Even tot hier voor een groot kijkerspubliek niet alleen een broodnodig moment van ontspanning aan het einde van een alweer saaie week, maar bood het ook een vaak briljante samenvatting van het belangrijkste nieuws in die periode.

Als alternatief voor de vanwege corona lege tribunes bedacht het team van Even tot hier een videowand met honderd kijkers: het studiopubliek als een uitvergrote zoomvergadering. Hoe actueel. De emoties op de schermen, het gebruik van kleuren bij het beantwoorden van vragen en de interactie met de presentatoren: het aangepaste concept voelde niet als noodsprong, maar als een aanpak die nog jaren meekan.

Naast de vorm was ook de inhoud ijzersterk en constant van kwaliteit, vol heerlijke teksten en met als wekelijks hoogtepunt Een heel simpel liedje over een best wel ingewikkeld onderwerp.

Knap was hoe Even tot hier alle facetten van de pandemie en de vaak schurende politieke ontwikkelingen wist te fileren met hilarische parodieën. Zoals het Smurfenlied van vader Mark, de transformatie van Youp van ’t Heks Flappie naar Wappie, de song Thierry Blijft op de muziek I will survive en de nieuwe psalm In Functie Elders van het ‘CDA-koor’.

Tel hierbij op het soms ontroerende slotakkoord waarin sneue landgenoten een fijne verrassing werd bezorgd, zoals die meisjes die na een eindeloze quarantaineperiode samen door Madurodam mochten huppelen, en je denkt: even tot hier? Ga liever eindeloos door.

De winnaar wordt bekend gemaakt op donderdag 24 juni

Terwijl journalistiek bij de publieke omroep steeds meer verdrongen lijkt te worden door infotainment en het meningencircus, wint het betrouwbare en kritische Nieuwsuur (NOS/NTR) alleen maar aan overtuigingskracht. Het programma is in staat snelle en scherpe vragen te stellen bij de dagelijkse actualiteit, onder het tegelijkertijd met kracht voeren van een onderzoeksjournalsitieke agenda.

In de verslaggeving over de coronacrisis voelde het programma feilloos aan waar de zwakke plekken in het beleid zaten. Het bevroeg de macht met deskundigheid, feitelijkheid en onafhankelijkheid hoog in het vaandel. Mythes en misverstanden werden vaak als eerste bij Nieuwsuur uit de wereld geholpen.

Naast de talrijke onderzoeksjournalistieke projecten onderscheidde Nieuwsuur zich in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 door een uitgesproken gedegen voorbereide en vlijmscherpe reeks interviews met lijsttrekkers van de grootste partijen

De analyses van politiek redacteur Arjan Noorlander, voorafgaand aan de vraaggesprekken, waren ter zake en helder. De immer zakelijke interviewers, afwisselend Mariëlle Tweebeeke en Jeroen Wollaars, waren vasthoudend op een wijze die op televisie helaas zeldzaam begint te worden. De interviews kregen al tijdens de campagne een mythische status: twee lijsttrekkers dorstten niet naar de studio te komen, anderen beleefden er de akeligste momenten van hun campagne.

Nieuwsuur is een programma dat dagelijks met liefde zijn verantwoordelijkheid neemt voor het publieke debat in Nederland – een onmisbaar baken voor de burger die wil weten wat er in het land gebeurt, en waarom.

De winnaar van de Zilveren Nipkowschijf 2021 wordt bekend gemaakt op 24 juni.

Coen Verbraak wordt genomineerd voor zijn driedelige documentaireserie Srebrenica – De machteloze missie van Dutchbat (BNNVARA), een imposante reeks interviews met Nederlandse militairen die er in de zomer van 1995 niet in slaagden om de inwoners van de enclave Srebrenica de door de VN beloofde bescherming te bieden, met de dood van meer dan achtduizend jongens en mannen tot gevolg.

De geïnterviewde militairen en oud-militairen laten zich door Verbraak in de ziel kijken. In de gesprekken wordt duidelijk dat zij niet op hun taak waren voorbereid: militair niet en mentaal niet. Ze vertellen over de vernederingen die de VN (‘United Nothing’) moesten ondergaan van de Bosnische Serviërs. Die namen de Nederlanders niet serieus, maar waren wel bereid een borrel met hen te drinken. De relatie met de doodsbange bewoners van Srebrenica was moeizaam.

De getuigenissen zijn knap verweven met documentaire beelden die de kijker dicht bij de dramatische gebeurtenissen op de compound van de vaak onmachtige Nederlandse soldaten brengen. Je ziet hoe een kolossale ramp zich stapje voor stapje voltrekt, hoe uiteindelijk ook mannen die zich bij de militairen op de compound bevonden werden overgedragen aan de Serviërs. Daarbij is aangetekend dat Srebrenica het verhaal is van Dutchbat – inclusief het onvermijdelijke schuldgevoel dat sommige militairen nog steeds achtervolgt – en niet dat van de slachtoffers en hun nabestaanden.

Verbraak heeft het beeld van Dutchbat voor veel kijkers doen kantelen. Hij heeft het vermogen om de (ex-)militairen tot openheid en reflectie te verleiden, zoals hij dat eerder deed in de verwante serie Onze jongens op Java. Verbraak onderscheidt zich daarmee niet alleen als een televisiemaker die met grote compassie en daadkracht te werk gaat, maar ook als een journalist die noodzakelijke oral history bedrijft over de episoden in de recente geschiedenis waar Nederland beschaamd op terugkijkt.

De winnaar van de Zilveren Nipkowschijf 2021 wordt op 24 juni bekend gemaakt.

Series over Sinterklaas zijn er al vanaf de jaren zestig, maar Het Sinterklaasjournaal heeft er een vaste waarde van gemaakt, die centraal staat in de viering van het kinderfeest.

Al twintig jaar lang zorgen Ajé Boschhuizen en zijn NTR-team voor kwalitatief hoogstaand kinderdrama, met net genoeg spanning, heel veel slapstick voor de jongste kinderen, en subtiele humor en spitsvondige verwijzingen naar de buitenwereld voor de oudere kinderen en de meekijkende ouders.

Het strakke format van de nieuwsuitzending, met anchor Dieuwertje Blok als rots in de branding, blijkt nog altijd een gouden greep: het geeft urgentie aan het verhaal en zorgt voor een losse vorm waarin de korte sketches kunnen worden afgewisseld met het zorgvuldig in elkaar gezette langere verhaal.

Door de zwartepietdiscussie kwam Het Sinterklaasjournaal in zwaar weer terecht. Enerzijds nam het belang van het programma toe, en ook de kijkcijfers, en het porde de makers om prikkelend te gaan spelen met de traditie, tot en met de introductie van een heuse stoomtrein. Anderzijds raakte het programma zijn onschuld kwijt, en verloor onderweg ook nog Hoofdpiet, Huispiet, Pietje Paniek en Dolores Leeuwin.

Maar sinds Het Sinterklaasjournaal stopte met Zwarte Piet staat niets meer een glorieuze toekomst in de weg als uniek, onbekommerd kinderprogramma voor iedereen.

De uitreiking van de Ere Zilveren Nipkowschijf is op donderdag 24 juni in Amsterdam.

Voor een Ere Zilveren Nipkowschijf voor Matthijs van Nieuwkerk is 2020 hét uitgelezen jaar, vanwege een perfect afgerond vijftiende seizoen van De Wereld Draait Door, een programma dat in zijn tomeloze ambitie en energie een blijvende invloed heeft gehad op het televisielandschap. Naast verstilde ontroering in menige huiskamer, vielen Van Nieuwkerk (1960) bij dit afscheid loftuitingen ten deel als ‘de grote bewonderaar’, presentator van ‘het invloedrijkste programma van de eeuw’, ‘het kon niet intiemer’.

DWDD was weliswaar een van de weinige grote talkshows die niet naar de presentator was genoemd, maar toch was het programma ondenkbaar zonder Van Nieuwkerks vastberadenheid om uit al zijn uitzendingen het maximale te halen. Hij legde zichzelf en zijn kijkers een razend tempo op, maar zonder dat die snelheid ten koste ging van de kwesties die ter tafel kwamen of van de scherpte van zijn interviews. De radicaal nieuwsgierige Van Nieuwkerk wil laten zien wat er belangrijk en de moeite waard is in de wereld, zonder zich daarbij te verliezen in abstracte grootheden. In De Wereld Draait Door moest alles concreet en persoonlijk zijn. Van Nieuwkerk wil niet alleen volgen, hij wil ook maken – en dat onderscheidde zijn talkshow van andere praatprogramma’s.

Al bij de toekenning van de Zilveren Nipkowschijf in 2011 noemde de jury De Wereld Draait Door ‘de belichaming van het oude sociaal-democratische verheffingsideaal’, wat het meest concreet tot uiting kwam in de uitvoering van het geheel uit stilte bestaande nummer 4’33’’ van John Cage. Maar Van Nieuwkerks liefde voor kunst – en dan met name muziek en literatuur – maakte zijn programma een aanstekelijke en dominante kracht in de Nederlandse cultuurwereld. Een programma van de eenentwintigste eeuw ook, waarin hoge en lage cultuur met dezelfde ernst en aanhankelijkheid tegemoet werden getreden

Het succes was voor Van Nieuwkerk nooit een aanleiding om de automatische piloot aan te zetten. Zijn programma bleef vijftien jaar lang zoeken naar nieuwe invalshoeken. Van Nieuwkerk toonde zich een man die altijd maar weer het beste uit zijn talenten wist te halen op het hoge pad waarbij televisie van grote kwaliteit wordt gemaakt voor een miljoenenpubliek. Daarmee heeft hij televisiegeschiedenis geschreven.

Nee toch, niet weer twee BN’ers die zich een blauwe maandag gaan ‘onderdompelen’ in een bepaald beroep? O wacht, we gaan zien hoe moeilijk het is om les te geven aan lastige pubers. Dat zal dan wel op Dream School lijken? Niks van dat alles. Tim den Besten en Nicolaas Veul verrasten vriend en vijand door zich met hart en ziel te storten op het vak, pardon, de roeping van docent. Niet een, of twee of drie dagen, maar 100 dagen voor de klas (VPRO).

Met dezelfde intensiteit waarmee het duo achttien dagen lang hun hele leven online zette – in Super Stream Me (2016) – gaan de mannen in 100 dagen voor de klas een nieuwe openbare uitdaging aan: kunnen Den Besten en Veel zich staande houden als leraar? Wat komt daarbij kijken? In ieder geval kost het veel meer energie dan ook zij voor mogelijk hadden gehouden. En er valt een lange lijst strubbelingen en tegenslagen op te maken: verbluffend om te zien welke problemen een docent moet overwinnen – zeker wat betreft het krijgen van de aandacht van de leerlingen – voor je überhaupt toekomt aan de lesstof.

De verschillende karakters van Nicolaas en Tim zorgen voor een goede balans in de serie, want ze gaan niet bepaald op dezelfde manier te werk. Mooi om te zien is hoe ze elkaar steunen en aan nieuwe inzichten helpen: hun vriendschap zorgt voor een extra laag in het programma.

De worsteling met klassikale ‘shaming’ van Den Besten en Veul door hun leerlingen is voor de kijkers misschien entertainment, maar voor de gewone docent dagelijkse routine. Toch, hoe diep de liefde voor het lesgeven in de genen zit van de betrokken docenten: het is ontroerend om te zien en zorgde voor diep respect voor dit ‘vitale’ beroep. Tijdens de lockdown twitterden kijkende docenten teksten als: ‘Ach, door dit soort beelden krijg ik zo veel zin om weer voor de klas te staan’.

Wellicht ook omdat hun handen jeukten, maar zeker omdat 100 dagen voor de klas een monument is voor het onderwijzersvak.

De speciale vorm die Stef Biemans koos voor Brieven aan Andalusië geeft zijn zesdelige reeks meer diepgang dan de gebruikelijke reisserie. De dichter onder de Nederlandse reisverslaggevers is met zijn gezin uit Nicaragua gevlucht naar het Zuid-Spaans dorp Utrera.

Ter inburgering schrijft de VPRO-programmamaker brieven aan zijn streekgenoten, die hun antwoorden voor de camera zelf voorlezen. Op het moment dat de Andalusiërs dit doen, komt er een glans over hun gezicht. Ze worden gehóórd, en ze zijn bereid hun hart te openen voor de nieuwe bewoner. “Een brief heeft iets ontwapenends”, begreep Biemans.

Zo leer je in de eerste plaats Andalusië kennen – aantrekkelijk maar arm, hier wonderschoon in beeld gebracht. Maar je krijgt ook van alles mee over de onderdrukking in het land dat de Biemans heeft achterlaten, Nicaragua. En, het belangrijkste: je leert wat het betekent om vluchteling te zijn. Dat je migranten in soorten en maten hebt, ziet Biemans, die als Nederlandse journalist een migrant de luxe is. Een positie die hem nu de mogelijkheid geeft om minder fortuinlijke migranten te portretteren.

Daartoe behoren vooral ook Biemans eigen vrouw en kinderen. Zij lijden hevig onder het verlaten van Nicaragua. Biemans vrouw Audrey is chirurg, maar in Spanje mag ze nog niet eens een pleister plakken. Gaandeweg wordt Audrey, wier gevoelens van verlies, agitatie, heimwee en schuldgevoel dicht aan de oppervlakte liggen, de hoofdpersoon van de serie.

Naast haar blijft Biemans toch altijd de beschouwende, ietwat slungelige Nederlander, die van alles niet begrijpt – om te beginnen Audreys diepe gevoelens voor God en vaderland. De gedwongen landverhuizing zet hun huwelijk op scherp, zodat Brieven ut Andalusië ook een verhaal is over liefde en onthechting – vol schitterende scènes uit een huwelijk, waarin Biemans de grote verschillen tussen hem en zijn vrouw scherp en openhartig neerzet.

Het is deze persoonlijke benadering, de inventieve brievenvorm, en de verliefde beelden van Zuid-Spanje die Brieven aan Andalusië tot zo’n bijzonder ervaring maken.

De coronacrisis heeft tot een aantal nieuwe initiatieven geleid op tv en daar stak Frontberichten (BNNVARA) met kop en schouders bovenuit. De titel, waarbij je onmiddellijk aan loopgraven en bajonetten denkt, kwam onder vuur te liggen vanwege de oorlogsmetafoor die een angstaanjagende bijwerking op kijkers zou hebben. Maar de vlogberichten kwamen nu eenmaal van de plaatsen waar het coronavirus werd bestreden, zijn sporen naliet en waar niemand bij mocht.

Longartsen, IC-krachten, verpleeghuispersoneel, mensen in de gehandicaptenzorg, leraren, pakketbezorgers: allemaal vertelden ze direct in hun telefoon – zonder filter van verslaggever of redacteur – hoe hun leven er op die dag uitzag en waar ze mee bezig waren. Ze deelden hun zorgen, twijfels en angsten, en naarmate het einde naderde gelukkig ook steeds meer vrolijke momenten en successen.

Waar het aan talkshowtafels voornamelijk ging óver deze mensen, kwamen ze in Frontberichten zelf aan het woord en in beeld.

Zoals gehandicaptenverzorgster Elsje die haar eigen kinderen en kleinkinderen wekenlang op afstand hield om de bewoners van haar tehuis te kunnen knuffelen. Want die mensen hadden dat hard nodig, nu ze hun ouders niet konden zien. Of huisarts Angela die de boeren, bouwvakkers en slager uit haar dorp Sint-Oedenrode mobiliseerde in haar jacht op plastic schorten en mondmaskers.

Frontberichten is simpel van concept en eenvoudig in uitvoering. Dat betekent echter niet: weinig werk. Regisseur Geertjan Lassche en zijn team hebben vijftig dagen aan een stuk de binnenkomende vlogs zitten beoordelen en monteren. Het sloeg een stevige brug tussen oude (televisie) en nieuwe (online) media. Maar bovenal heeft het een consistente kroniek opgeleverd van de hele periode in de zorg en het gesloten openbare leven.

De Nipkowschijf-uitreiking wordt mogelijk gemaakt door onze sponsors