Het Haarlemse pizzabakkertje, zo werd hij bij aanvang van zijn carrière in de voetbalmakelaardij genoemd. Een veel te ambitieuze migrantenzoon die eerst maar eens de juiste papieren moest gaan halen voordat hij met de grote jongens mocht meedoen. Mino Raiola, kind van Napolitaanse arbeidsmigranten, moest tegen veel vooroordelen opboksen voordat hij kon uitgroeien tot een van de belangrijkste makelaars in de voetbalwereld.
In de NOS-podcast Mino’s Imperium neemt sportjournalist Guido van Gorp ons mee naar het vroegste begin van Raiola’s carrière, toen de jonge Italiaanse Nederlander, een prille twintiger nog, met veel branie de bestuurskamer overnam van FC Haarlem. Het was de start van een wervelende loopbaan die de luisteraar voert langs kleurrijke (soms een tikje malafide) Italiaanse clubvoorzitters, de glitter en glamour van skyboxen en ook langs trainingsvelden waar Raiola al zijn charmes in de strijd gooit om klein en groot voetbaltalent aan zich te binden.
Zich verliezen in te veel voetbalromantiek doet Van Gorp gelukkig niet. Daarvoor zitten er ook te veel rafelrandjes aan de flamboyante Raiola. Voor veel voetballers was hij de ideale belangenbehartiger, een persoonlijke vriend zelfs. Maar vaak genoeg ging Raiola ook te onstuimig te werk. Dan kneep hij kleine clubs met slimme trucjes financieel uit, of liet hij jonge spelers grote buitenlandse avonturen najagen waarvoor ze nog lang niet klaar waren.
Van Gorp schetst daarmee een compleet beeld van Raiola, een hemelbestormer die onderweg levenslange vrienden en vijanden maakte. Een schitterend portret van niet te stuiten ambitie, de verlokkingen van rijkdom en de liefde voor voetbal.